'Cognitieve informatieverwerking en emotieregulatie als werkingsmechanisme in de cognitieve gedragstherapie bij kinderen met angststoornissen'

Sanne Hogendoorn deed onderzoek naar hoe de behandeling bij kinderen met een angststoornis werkt. Vreemd genoeg is wel bekend dat de behandeling werkt, maar naar de hoe-vraag is nog maar erg weinig onderzoek gedaan. Het promotieonderzoek van Sanne is een van de eerste waarin daar serieus naar gekeken is. Verdwijnen angstklachten omdat kinderen anders leren denken, omdat zij leren op een andere manier met die angsten om te gaan of omdat zij het gevoel hebben dat ze meer controle hebben over hun angsten?

Sanne Hogendoorn promoveerde op 20 december 2012 bij de UvA.

Voor meer informatie: s.m.hogendoorn@amc.uva.nl.

Een medische ingreep ondergaan wordt door veel mensen ervaren als stressvol en beangstigend. Voor kinderen en jongeren kan een dergelijke gebeurtenis helemaal overweldigend zijn. Een pijnlijke of beangstigende medische ingreep of opname in het ziekenhuis kan bij hen een acute stressreactie oproepen. Dit kan zo heftig zijn dat het op de lange termijn zelfs kan leiden tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De impact van PTSS is groot, veel mensen met PTSS ervaren ernstige psychosociale beperkingen: ze zijn somber, angstig of boos of hebben last van concentratie- of slaapproblemen. Bij kinderen en jongeren kan dit tot gevolg hebben dat ze bijvoorbeeld niet meer naar school kunnen.
 
Lisbeth Utens, bijzonder hoogleraar Cognitieve Gedragstherapie bij kinderen en jongeren aan de UvA en klinisch psycholoog bij de Bascule, deed samen met Maya Meentken, Ingrid van Beynum,  Jeroen Legerstee en Willem Helbing (allen van Erasmus MC) onderzoek bij kinderen met een aangeboren hartafwijking. Uit hun onderzoek blijkt dat 12 tot 31% van de kinderen die een hartoperatie ondergingen een posttraumatische stressstoornis ontwikkelde. Bij 12 tot 14% van de kinderen was sprake van verhoogde posttraumatische stresssymptomen.
 
Soortgelijke resultaten zijn ook gevonden bij andere groepen kinderen die in een ziekenhuis werden opgenomen. Ondanks deze uitkomsten, worden kinderen en tieners nadat ze zijn opgenomen, in de meeste ziekenhuizen nog niet systematisch gescreend op PTSS. De onderzoekers pleiten voor een systematische screening op PTSS en (preventieve) psychologische zorg voor deze kinderen en tieners.
 
De bevindingen van de onderzoekers en hun aanbevelingen zijn terug te lezen in het artikel: Medically Related Post-traumatic Stress in Children and Adolescents with Congenital Heart Defects, gepubliceerd in Frontiers in Pediatrics van februari 2017, volume 5, artikel 20.
 

'Informatieverwerking en neuropsychologische processen bij kinderen en jongeren met een dwangstoornis'

Lidewij Wolters onderzocht of kinderen met ernstige dwang baat hebben bij meer behandelsessies. Cognitieve gedragstherapie werkt redelijk goed bij een dwangstoornis, maar aan het eind van de behandeling zijn er toch nog veel kinderen die klachten blijven houden. Lidewij deed onderzoek naar deze kinderen en uit haar promotieonderzoek blijkt dat het zin kan hebben om langer door te gaan met de cognitieve gedragstherapie.

Lidewij Wolters promoveerde op 4 juli 2013 bij de UvA. Voor meer informatie: l.h.wolters@amc.uva.nl.


'Neuroimaging bij kinderen met OCS'

Promotieonderzoek naar de effecten van (de behandeling van) een dwangstoornis bij kinderen.


Chaim Huyser deed onderzoek naar het brein van kinderen en jongeren met een dwangstoornis. Hij onderzocht wat het effect van cognitieve gedragstherapie is op het brein van deze kinderen. Met behulp van MRI’s toonde Chaim aan dat door psychotherapie het brein verandert en de dwang vermindert. Dat was nog niet eerder aangetoond. Er wordt nu verder onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het brein van kinderen en jongeren met een dwangstoornis.

Chaim Huyser promoveerde op 11 november 2011 bij de UvA. Voor meer informatie: c.huyser@debascule.com.

Een groep onderzoekers, waaronder Lisbeth Utens (bijzonder hoogleraar Cognitieve Gedragstherapie bij kinderen en jongeren aan de UvA en klinisch psycholoog bij de Bascule), onderzocht het preventieprogramma VRIENDEN voor het leven op effectiviteit. VRIENDEN is een individuele of groepsinterventie voor jeugdigen van 7 tot 16 jaar die last hebben van angststoornissen en depressieve klachten. Het programma, gebaseerd op cognitieve gedragstherapie, leert in tien bijeenkomsten vaardigheden en technieken aan om de angst of depressie aan te pakken. VRIENDEN wordt ook als preventieprogramma gebruikt op scholen. De onderzoekers keken naar de gevolgen van het toepassen van het programma in de schoolsetting en de gevolgen daarvan op de effectiviteit van het programma.
Preventiemedewerkers op scholen bleken goed met dit programma te kunnen werken en pasten de specifieke gedragstherapeutische technieken toe, maar weken in de dagelijkse praktijk soms af van het protocol. Uit het onderzoek blijkt dat dit echter geen negatieve gevolgen heeft voor het resultaat van het programma. Kinderen die aan het programma hebben deelgenomen waardeerden het programma hoger wanneer er niet zo strikt aan het protocol werd vastgehouden.
Het artikel over het onderzoek werd gepubliceerd in Mental Health & Prevention, Volume 6, juni 2017, blz 44 – 50. Lees hier meer over het onderzoek (het volledige artikel is tegen betaling te koop bij Elsevier).