Bij DAT kiezen we vaak voor cognitieve gedragstherapie. Hier is al heel veel onderzoek naar gedaan en we weten dat deze vorm van therapie goed werkt. Onze behandelaren leren je met deze therapie hoe je je gedachten kunt veranderen. En hoe je invloed kunt hebben op hoe je je voelt. Er wordt ook veel geoefend met dat waar je moeite mee hebt. De behandelaars leren je anders te denken over je dwanggedachten, angsten of tics. Met cognitieve gedragstherapie werken we samen aan:

  • Het verminderen van je lichamelijke klachten: door ontspanningsoefeningen en mindfulness training.
  • Het veranderen van leerprocessen: in kleine stapjes leer je om angstige situaties, dwanghandelingen of tics aan te pakken.
  • Het veranderen van denkprocessen: je leert om negatieve gedachten te herkennen en negatieve, niet-helpende gedachten te vervangen door positieve, helpende gedachten.

Animatiefilmpje over cognitieve gedragstherapie
Een meisje blijft steeds maar haar handen wassen, honderd keer op een dag. Dat vindt ze fijn, maar het is ook wel lastig. Ze heeft daardoor nauwelijks nog tijd om te spelen. Omdat ze er echt last van heeft, gaat ze in behandeling. Want er is wat aan te doen. In het filmpje vertelt ze over de behandeling.

DAT heeft verschillende behandelvormen. Samen met jou en je ouders of verzorgers kiezen we voor de behandelvorm waarvan we verwachten dat die het beste werkt. Die het beste past bij jou en jouw klachten. Samen met jou en je ouders of verzorgers kijken we wat we met de behandeling willen bereiken. Afhankelijk van eerdere behandelingen, voorkeur van jou en je ouders of verzorgers en natuurlijk de te verwachten resultaten kiezen we een van de behandelvormen: poliklinische behandeling, dagbehandeling en klinische behandeling.

  • Bij een poliklinische behandeling, kom je meestal één keer per week voor een uur naar het behandelcentrum. Daarnaast krijg je oefeningen mee, je moet dus thuis ook aan slag! Met de therapeut spreek je af wat je gaat oefenen en hoe vaak. Als het goed lukt om de oefeningen te doen en jij en je ouders doorhebben hoe de behandeling werkt en weten wat te doen, kunnen de afspraken minder vaak worden ingepland. Dan kom je bijvoorbeeld 1 keer in de twee weken naar DAT.
  • Als je een dagbehandeling gaat volgen, dan ben je van 8.40 tot 15.30 uur in de groep op het behandelcentrum (in de vakanties van 9.30 tot 14.30 uur). De groep bestaat uit maximaal 8 jongeren. Je volgt een programma dat bestaat uit behandeling en school. De meeste jongeren van de dagbehandeling gaan naar het Altra College. Als je al een diploma hebt, of als de opbouw op je eigen school goed gaat, volg je alleen de behandelingen bij DAT.
  • Bij een klinische behandeling, blijf je ook slapen. Je krijgt een eigen kamer op het behandelcentrum. Je volgt behandelingen met de groep (maximaal 8 jongeren), daarnaast heb je ook individuele behandelingen.

Je kan bij DAT samen met andere kinderen of jongeren in een groep een behandeling volgen of individueel.




Individuele therapie: samen met de therapeut oefen je met dingen die je moeilijk vindt.

De behandeling van dwang 
 
Voor kinderen en jongeren met een dwangstoornis hebben we bij DAT: ‘Bedwing je dwang’. Het is een bewezen effectieve behandeling voor kinderen en jongeren met ingewikkelde dwangstoornissen. Onder leiding van een therapeut ga je samen met je ouders aan de slag met je dwanghandelingen en dwanggedachten. Met behulp van het werkboek kan je veel praktische oefeningen doen. Naast het werkboek voor het kind of de jongere is er ook een handleiding voor therapeuten: Behandeling van de dwangstoornis bij kinderen en adolescenten. De methode is ontwikkeld door de Bascule.

Lees meer over de behandeling van dwangDe behandeling van angstklachten
In kleine stapjes leren doen waar je bang voor bent, is heel belangrijk. In de therapie noemen we dat exposure. Het doel van de behandeling is niet ‘nooit meer bang zijn’, maar leren omgaan met je angsten zodat je je normale leven weer kunt oppakken.

Lees meer over de behandeling van angst

De behandeling van tics
Als je last hebt van tics, leer je in de therapie om het gevoel van een aankomende tic te herkennen en hoe je die tic kunt tegenhouden. Dit noemen we habit reversal.

Lees meer over de behandeling van tics

De behandeling van selectief mutisme

Sommige kinderen durven niet te praten in een onbekende situatie. Ze lijken bang om te praten. Dit zwijgen noemen we selectief mutisme. De Bascule kan helpen met diagnostisch onderzoek en behandeling. Voor hulpverleners, leerkrachten en ouders ontwikkelde de Bascule een praktische handleiding: ‘Selectief mutisme bij kinderen, als een kind soms niet praat’. In heldere taal wordt beschreven wat selectief mutisme is, wat de oorzaken zijn, en hoe de diagnostiek en behandeling er uitzien. In het boek staan veel praktijkvoorbeelden waar hulpverleners, leerkrachten en ouders direct mee aan de slag kunnen.

Lees meer over de behandeling van selectief mutisme

De behandeling van Pandas
Sinds 2013 is er in Nederland een Pandas-poli, een polikliniek voor kinderen met Pediatric Autoimmune Neuropsychiatric Disorders Associated with Streptococcal Infections, ook wel Pandas-syndroom genoemd. Pandas wordt veroorzaakt door de reactie van het lichaam op een streptokokkeninfectie. Als een kind plotseling tics of dwangmatig gedrag laat zien en hij of zij ook vreemde en opvallende bewegingen maakt na een ziekteperiode, kan er sprake zijn van het Pandas-syndroom.

Om kinderen met Pandas beter te helpen hebben de Bascule en het AMC de Pandas-poli opgericht. Chaim Huyser, geneesheer-directeur en kinder- en jeugdpsychiater, is vanuit de Bascule betrokken bij de Pandas-poli. In de Nieuwsbrief van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde vertelt hij samen met deelnemers Marc Engelen, kinderneuroloog AMC en Taco Kuijpers, kinderarts-infectioloog/immunoloog AMC, over de diagnostiek en behandeling op de Pandas-poli. Lees hier het artikel: Pandas-poli voor kinderen met tics,dwang en bewegingsonrust. (Nieuwsbrief Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, oktober 2013, auteur: Michel van Dijk)

Lees meer over Pandas

Bij DAT bieden we medicatie niet standaard als behandeling aan, maar soms bieden we medicatie naast de gesprekstherapie. Dit bespreken we altijd met jou en je de ouders of verzorgers. De kinder- en jeugdpsychiater schrijft de medicijnen voor en controleert regelmatig het effect.

Bij de Bascule werken we zoveel mogelijk met behandelmethodes waarvan wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat ze werken (dit noemen we evidence based methodes). Met hulp die werkt kunnen we jou en je ouders of verzorgers zo goed mogelijk helpen. Om goed te weten welke behandeling werkt en waarom, doen wij wetenschappelijk onderzoek naar de behandelmethodes. Met de informatie uit die onderzoeken kunnen we de behandelingen steeds verder verbeteren en vernieuwen. En we vinden het belangrijk dat ook andere hulpverleners hiervan weten, dus delen we onze kennis hierover met anderen. Samen zorgen we ervoor dat we kinderen en jongeren zo goed mogelijk geholpen worden als ze problemen hebben.

Tijdens de behandeling kijken we goed hoe jouw behandeling verloopt. Daarom evalueren we de behandeling minstens twee keer per jaar. Dat doen we samen met jou en je ouders of verzorgers. Hiervoor moeten jullie dan soms een vragenlijst invullen om te kijken hoe het gaat. We bespreken hoe de behandeling verloopt en wat jullie ervan vinden. Als het nodig is passen we de behandeling aan. Dat noteren we in het behandelplan.

Om te onderzoeken of de behandeling het gewenste effect heeft gehad, kijken we aan het einde van de behandeling samen terug. We vragen jou en je ouders of verzorgers weer om een vragenlijst in te vullen. In het eindgesprek bespreek je samen met je ouders of verzorgers en de behandelaar de uitkomsten van de vragenlijsten en we kijken of we de doelen van de behandeling hebben bereikt.

Het effect van de behandeling is afhankelijk van onder andere:

• Hoe ernstig en ingewikkeld je klachten zijn.

• Of je last hebt van meerdere psychische klachten (comorbiditeit).

• Of jij en je ouders of verzorgers gemotiveerd zijn om aan de behandeling mee te werken

• Of je ouders of verzorgers en je broers of zussen je steunen in je behandeling.

In het eindgesprek kijken we ook vooruit. Soms is de behandeling bij de Bascule klaar maar blijft andere hulp nog nodig. De vorige hulpverlener of een Ouder- en Kindteam, wijk- buurt-, of jeugdteam kan je dan verder helpen. In het eindgesprek bespreken we hoe we er samen voor kunnen zorgen dat deze overstap goed verloopt.

Bij de Bascule werken we zoveel mogelijk met behandelmethodes waarvan de werking is bewezen door wetenschappelijk onderzoek. Als jij of je ouders naast de behandeling bij de Bascule ook alternatieve behandelvormen willen gebruiken, dan is het goed om dit bij de aanmelding aan te geven. Afhankelijk van het soort alternatieve behandeling, kijken we samen met jou en je ouders of dit wenselijk en haalbaar is.