Nieuws

Corona gaat voorbij

16 april

Ondertussen.... verzamelen we verhalen over hoe we omgaan met de coronacrisis bij de Bascule en Spirit.

Verhalen om de moed erin te houden, ter herkenning, om van te leren, ter inspiratie, om het gevoel van samen te versterken. En om een beetje vinger aan de pols te houden van hoe het gaat. 

Verhaal #7

Annette da Graca is sinds 2017 ervaringsprofessional bij Spirit. Ze begon in het team Verborgen oplossingen en maakt inmiddels deel uit van het Ervaringskennisteam. Ze sluit aan bij casuïstiekbesprekingen in de teams om het perspectief van degene die jeugdhulp ontvangt in te brengen. Want het is essentieel om altijd ook door de ogen van de zorgontvanger te blijven kijken, dat perspectief scherp te houden. Verder houdt ze zich bezig met (ouder)participatie. Dat betekent onder andere dat ze wekelijks spreekt met ouders die te maken hebben met een vorm van (jeugd)hulp en daar soms negatieve ervaringen mee hebben opgedaan. Ervaringen die niet alleen vragen om herstel, maar waarvan ook veel te leren valt. Zelf heeft ze een rijk leven gehad, zowel wat betreft werk als op het persoonlijke vlak. Door een donkere periode die ze doormaakte, heeft ze op heel veel vlakken levenservaring opgedaan. Op dit moment zijn bouwvakkers bezig de balkons van haar huis af te halen, want die zijn niet meer veilig. Gelukkig krijgt ze nieuwe, zodat ze rustig op de hoge bomen kan blijven uitkijken. Dit is haar verhaal.

De impact
De laatste weken heb ik veel contact gehad met een moeder van zes kinderen. Haar kinderen zijn uit huis geplaatst, één is al volwassen, één woont bij zijn vader en vier wonen in vier verschillende pleeggezinnen. Haar jongste kind werd elf jaar geleden als pasgeboren baby, een half uur na de bevalling, meegenomen. Verschrikkelijk heftig. Deze moeder is dankbaar dat haar kinderen goed verzorgd worden, ondanks haar enorme pijn dat ze zelf niet voor hen kan zorgen.
Door de Corona had ze veel angsten. Haar angst was dat haar kinderen veel te dicht op elkaar zaten met andere pleegkinderen en eigen kinderen van de pleegouders. Ze maakte zich zorgen of de pleegouders in deze situatie nog wel liefdevol en zorgzaam konden zijn. En ook had ze angst dat er in de pleeggezinnen die het financieel slechter hebben door de Coronacrisis, niet genoeg te eten was voor haar kinderen en andere pleegkinderen.

Deze moeder wil nu iets voor pleegouders van Spirit betekenen. Zij heeft contact met een aantal lokale winkeliers die voedsel over hebben en zij wil dat verdelen onder pleeggezinnen die dat nodig hebben. Een heel groots idee. We hebben erover zitten praten samen, ik ben niet bang voor grootse ideeën. We hebben allerlei mogelijkheden onderzocht. Ik moest aan ‘Blije Buren’ denken, een initiatief van een man en een vrouw die ik persoonlijk ken. Zij voorzien Amsterdamse gezinnen in nood al 16 jaar van gratis eten dat ze ophalen bij allerlei winkels. Ik dacht: ik bel hen op en vraag hen contact met deze moeder op te nemen. Ze gaan haar uitnodigen om mee te rijden op de bus, mee te maken hoe het werkt. En ze wordt zo ook opgenomen in de gemeenschap van ‘Blije Buren’. Dat is een gemeenschap op zich, een waanzinnig groot netwerk van mensen die allemaal iets hebben meegemaakt.
Ik heb vroeger zelf gebruik gemaakt van ‘Blije Buren’. Ik voelde me toen best eenzaam, had schulden en kon daar brood en alles krijgen. Ik heb het lijntje met hen altijd behouden, ze hebben zoveel voor mij betekend. Ze zetten mensen echt in hun kracht.

Wat doe je anders?
Mijn werk is niet echt anders dan anders. Ik heb nog steeds wekelijks contact met ouders. Ik telefoneer met ze, ik merk dat dat veel rustiger is dan beeldbellen.
Meestal zitten ouders heel hoog in hun emotie omdat ze zich niet gehoord voelen. In het begin spuien ze en herhalen heel veel. Die herhaling herken ik, dat is het trauma. Constant weer terugkeren naar wat er gebeurd is. Daarom schrijf ik alles op, het digitale dossier staat voor de ouders open, terwijl ik bel. Zij kunnen het lezen en ook direct meeschrijven. Zo kunnen we de herhaling letterlijk zien.

Ik zoek naar de kracht en het talent bij de ouders. Bij de moeder van een meisje dat in de Koppeling heeft gezeten, zag ik ongelofelijk veel humor. En ook veel pijn. Door onze gesprekken heeft ze nu het gevoel gekregen dat ze met Spirit samenwerkt in plaats van dat het een organisatie is die tégen haar is. Ze kan hartstikke leuk schrijven. Zelf is ze daar onzeker over. Ik heb gezegd: ga een blog schrijven, ga het gewoon doen, je verhaal is heel waardevol. Deze moeder krijgt elke week traumatherapie. Haar therapeut had gezegd dat het schrijven helpt om haar trauma te verwerken. Omdat ze het stapsgewijs allemaal opschrijft, merkt ze dat ze zich nu steeds meer begint te focussen, terwijl ze eerst alle kanten opvloog. Ze vindt het leuk om te doen.

Ik heb een van haar blogs op het intranet van Spirit/de Bascule geplaatst. En haar daarvan een kopie gegeven. Het is zo waardevol dat haar stem op die manier gehoord wordt. Vertellen waar ze last van heeft en dat omzetten naar iets dat de hulpverlening kan verbeteren, geeft naar beide kanten iets positiefs. Gezien en gehoord worden, van betekenis kunnen zijn … het bevordert herstel en het stabiliseert de pijn. Zij kan laten zien: ik ben niet alleen afhankelijk, ik heb ook kracht en talent. Dat is iets dat we in de hulpverlening wel wat meer mogen zien. Elke persoon heeft iets in zich dat je kan bewonderen.

En hoe gaat het met jou?
Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vind het bijna lekker, deze Coronatijd. Ik kan best wel extravert zijn, maar ik ben ook ontzettend graag op mezelf. Thuis zijn vind ik heerlijk, dan hoef ik niet veel andere mensen te zien. Ik ben gek op rekenspelletjes doen, maak mijn eigen mascarpone, ik vind het fijn om dat allemaal knus in mijn huisje te doen. Met de Corona mag die kant er nu veel meer zijn. Daarvoor hield ik dit altijd een beetje verborgen.
Mijn werk is een groot en belangrijk stuk van mijn leven en in mijn werk ontmoet ik heel veel mensen. Ik ben een echte netwerker. Ik stop heel veel van mijn persoon in mijn werk, maar ik hou graag ook een stukje voor mezelf.

Vakmanschap in tijden van Corona
Wat deze tijd vraagt? Wat als eerste bij me opkomt, is support. De moeder van wie haar kinderen in pleeggezinnen wonen, stuurde me een moederdagwens en ik voelde gelijk ‘wow!’ Ik heb haar een hele mooie moederdagwens teruggestuurd. Zij is ook moeder, ook al wonen haar kinderen niet bij haar. Als het geen Coronatijd was geweest had ze haar kinderen gezien, met of zonder begeleiding, nu moest ze dat missen. Het is zo belangrijk om daar dan even aandacht aan te besteden.

Omdat support zo belangrijk is, zie ik het als mijn taak mensen te linken, contacten te leggen. Contact is vaak wat wegvalt, als jou heel veel overkomt. Ik heb een groot netwerk in de stad. Je leven begint zich te herstellen als je mensen kent, als je iets kan vragen van een ander of iets kan doen voor een ander.

Dit is het zevende en voorlopig laatste van een reeks verhalen over Corona bij de Bascule en Spirit. Verhalen om de moed erin te houden, ter herkenning, om van te leren, ter inspiratie, om het gevoel van samen te versterken – en ook om een beetje vinger aan de pols te houden van hoe het gaat.

Auteur: Karin Schaafsma

Verhaal #6

Wilco Vrijhof is IFA coach, precies een jaar nu. Hiervoor werkte hij drie jaar in een justitiële jeugdinrichting. Toen hij de mogelijkheid kreeg om buiten de vier muren met dezelfde jongeren te werken, hoefde hij niet lang na te denken. IFA betekent intensieve forensische aanpak en zoals naam al zegt: IFA coaches zijn intensief aan het werk met jongeren (14 tot 23 jaar) die politie en justitie contacten hebben gehad. Wilco ‘heeft’ momenteel 7 jongens die hij op weg helpt naar school, werk of een woonplek, die hij helpt met solliciteren of een bankpas aanvragen of wat ook maar nodig is. En als ze toch weer in aanraking komen met politie en justitie, veroordeelt hij hen niet. In plaats daarvan probeert hij samen de balans van winst en verlies op te maken: wat leveren de keuzes die ze maken hen op? Vaak is het snelle geld snel op en betalen ze met vastzitten en het feit dat ze hun familie verdriet doen. Dit is zijn verhaal.

De impact
Ik merk dat onze jongens het wel zwaar hebben. Vooral voor de jongens met wie we bezig waren met stages of met toewerken naar werk heeft de Coronacrisis veel impact. Veel bedrijven kwamen compleet stil te liggen.

Daar komt bij dat er op dit moment heel veel mensen op zoek naar werk zijn, omdat tijdelijke contracten worden beëindigd. Jobhunters en werkgevers hebben veel meer keuze dan vóór de Coronacrisis. Dat maakt het moeilijk voor onze jongens om te concurreren.

Maar werk vinden is niet onmogelijk. Ik heb nu voor een van mijn jongens contact met een bedrijf voor een vacature als magazijnmedewerker. Het is een bedrijf met veel ouder personeel. Ze willen graag verjongen en een 17 jarige aannemen. En ze waren positief omdat deze jongere snel kan inspringen. Ook al is het om te beginnen maar voor een of twee dagen per week, omdat die werkgever niet zeker weet of hij iemand kan aannemen in deze crisistijd. Of ik dan ook vertel over de achtergrond van de jongere? Die houd ik bewust algemeen, anders sta je meteen met 3 – 0 achter. 

Wat doe je anders?
De eerste paar weken konden we niet face-to-face afspreken, terwijl dat precies de kracht is van IFA. Wij begeven ons juist in de eigen leefwereld van de jongeren. Op het moment dat jongeren niet reageren op een whats app of een belletje of niet op een afspraak komen, zoeken we ze op. Ze kunnen behoorlijk hulpverleningsschuw zijn. 

Juist in deze periode waarin er minder zicht is op elkaar en jongeren misschien ook wel geneigd zijn de hulpverlening te ontduiken, moet je creatief zijn in hoe je het contact vormgeeft. Als ik een jongere niet te pakken krijg, probeer ik het via zijn netwerk. In het contact gebruik ik veel humor, hou het luchtig. En ik zorg dat ik blijf aansluiten bij hun belevingswereld. Hoe is het voor jou, in deze coronacrisis? Heb je er last van? Vind je het ook wel relaxed ergens? Verveel je je? Maak je je zorgen om je oma? Houd je die afstand van anderhalve meter? Blijf je elkaar een box geven? Je probeert het heel beeldend en concreet te maken. We proberen ons bij IFA altijd te verplaatsen in de jongere en nu telt dat extra. Doelen behalen staat even niet op de voorgrond, want alles staat op zijn kop. Het is belangrijk om daar ruimte voor te maken. 

Continuïteit van zorg
Ik heb het contact met de meeste van mijn jongens goed kunnen behouden. Dat komt ook omdat ik voor de Coronacrisis al een behoorlijke periode met hen aan de slag was, dus er lag een fundament, we hadden al een werkrelatie. Ik kon zeggen: het lijkt me belangrijk dat we contact houden en minstens één keer per week videobellen of gewoon bellen.

Met sommige jongens ging dat heel natuurlijk. Eigenlijk niet zo verschillend van face-to-face. Grappig, want ik had een paar jongens die dat eigenlijk nooit deden. Die waren de eerste drie minuten vooral bezig met hoe ze er zelf uitzagen. Daar maak je dan grappen over. Je staat even stil bij dat moment. Als je ziet dat het contact er is, ga je het hebben over: hoe is het met je.

En hoe gaat het met jou?
Een beetje raar. Ik ben bij IFA gaan werken omdat ik de jongeren wil opzoeken in hun eigen leefwereld. Erop uitgaan. Contact leggen en relatie opbouwen. De interactie is anders als je alleen maar belt. De jongens zijn voorzichtiger, korter in hun antwoorden. De non-verbale communicatie kan je minder goed lezen. Het was dus echt wennen en schakelen.

En ik zag mijn collega’s ook niet, alleen met videobellen. Normaal komen we elke week bij elkaar, met de drie IFA teams op dezelfde locatie, casuïstiek in je eigen team en daarna ontmoet je elkaar, lunchen we samen, praat je over hoe het gaat of waar je in het werk tegenaan loopt. Echt even een moment om op te laden en elkaar te bemoedigen in het werk. Dat viel nu weg. Met het videobellen zie je alleen je eigen team en het contact met elkaar is minder vrij. Inmiddels trekt dat wel wat bij, we zoeken elkaar meer op, bellen en vragen: ik zit hiermee, hoe zou jij dit aanpakken?

Vakmanschap in tijden van Corona
Juist nu moet je extra inzetten op het contact. De jongeren met wie wij werken, hebben vaak een snel leven. Die zoeken een directe behoeftebevrediging, zijn vaak op heel veel verschillende plekken, met heel veel verschillende mensen. En dat komt nu even stil te liggen. Ze zien minder mensen. Dat komt bij die jongeren veel harder binnen dan bij iemand in de volwassen leeftijd. Op het moment dat jij er echt bent voor die jongeren, geef je hen de kans om even hun hart te luchten. Ze worden gezien, ze mogen er zijn, ze mogen hun verhaal doen. Vanuit dat contact kun je later snel weer aan de slag, als de mogelijkheden zich verruimen. 

Dit is het zesde van een reeks verhalen over Corona bij de Bascule en Spirit. Verhalen om de moed erin te houden, ter herkenning, om van te leren, ter inspiratie, om het gevoel van samen te versterken – en ook om een beetje vinger aan de pols te houden van hoe het gaat.

 Auteur: Karin Schaafsma

---

Verhaal #5

Daniëlle Dijkstra werkt als psycholoog vanuit de Bascule op de polikliniek van Altra college Bleichrodt: speciaal voortgezet onderwijs, voornamelijk mavo, havo en vwo. Veel leerlingen die zij behandelt, hebben ASS (stoornis in het autisme spectrum). Sociaal moeten zijn legt vaak een grote druk op hen. Andere leerlingen hebben moeite om grip te krijgen op hun emoties. Het onderwijsniveau stelt hoge eisen. Regelmatig hebben leerlingen moeite om overzicht te houden, leggen de lat zelf zo hoog dat ze vervolgens tot niets komen of hebben een extreme angst voor presteren. Toen de Coronacrisis uitbrak, vroeg Daniëlle zich af hoeveel ze kon doen met beeldbellen. Bijna alle leerlingen blijken dit prima te vinden en zijzelf vindt het fijn om hen te zien. Dit is haar verhaal.

De impact
Wat Corona met de leerlingen doet? Bij sommige kinderen werkt deze nieuwe situatie verrassend goed. De druk is eraf gevallen. Leerlingen die moeite of angsten hebben om naar school te komen, kunnen nu gewoon inloggen om mee te doen met de lessen. Ze hoeven niet in de metro, niet zo’n grote school in te lopen, dat valt allemaal weg. Voor deze echt angstige kinderen is dit eigenlijk een heel goede tijd.

De meer autistische kinderen doen het ook best aardig, vind ik. Online lessen volgen gaat goed, die vinden ze best fijn. En ze hebben niet de druk van het sociaal moeten zijn – wat voor autistische kinderen vaak lastig is. Nu zit iedereen thuis, niemand kan een kant op, dus er is een soort rust. Zolang het thuis goed gaat tenminste.

Sommige jongeren vinden het lastig om vrijuit te praten nu ze thuis zitten. Het is toch anders als je op school bent, naar mijn kantoor komt en daar praat, dan dat je in je eigen huis zit waar je niet weet wat iedereen hoort en dan moet praten over therapie-achtige dingen. Maar anderen zetten gewoon hun video aan en vinden het leuk om mij in mijn huis te zien. En mijn kat Zorro die soms per ongeluk door het beeld loopt. Ik voer opeens ander soort gesprekken. Ik begeleid een jongen die het superleuk vindt om dan ook zijn katten te laten zien en zijn slaapkamer, hoe hij woont en waar hij mee bezig is. Zo’n inkijkje in de thuissituatie krijg ik op school niet. Dat beeld neem ik mee als ik ze straks weer op school zie. Normaal probeer ik me een beeld van hun thuis te vormen, maar nu zie ik het gewoon concreet voor me.

Ik hoor weinig jongeren die echt angstig zijn voor het virus. Ik ken wel een meisje dat heel angstig is om wat er met de wereld gaat gebeuren. 

Wat doe je anders?
Ik was helemaal niet gewend aan videobellen. Ik haalde de kinderen uit de klas, ik zag ze altijd tijdens lesuren. Op school zit daar altijd wat tijd tussen. Toen ik het allemaal vanuit huis moest doen, dacht ik: ah mooi, dan kan ik die een half uur spreken en daarna die. Zonder dat ik het door had, plande ik alles achter elkaar door. Ik was van negen tot vijf aan het videobellen. Dat was een beetje teveel. Videobellen kost best veel energie, merk ik. Normaal zit ik niet een hele dag achter een scherm. Ik krijg er hoofdpijn van. Het is niet bellen zoals met een vriendin bellen, inhoudelijk vraagt het best veel van je. Nu probeer ik erop te letten dat ik tussendoor soms even een kwartiertje rust neem. 

Continuïteit van zorg
Vanaf het allereerste moment heb ik alle kinderen gesproken die ik normaal ook zou spreken. Dat zijn er twintig. Er zijn maar een paarkinderen die hun scherm uit laten. Een meisje zie ik face-to-face, omdat zij anders niet kan verwoorden hoe het met haar gaat. Het gaat op dit moment ook echt niet goed met haar. En er zijn een paar kinderen die ik lastig te pakken krijg en die ik een beetje laat, omdat ze gezegd hebben dat ze me liever weer spreken op school, als alles weer wat normaler is. Ze weten dat ze mij altijd kunnen appen voor een afspraak.

Voor een jongen over wie er zorgen waren, hebben we contact met Veilig Thuis gehad. Ook via beeldbellen. Dat vind ik toch wel opvallend. In zorgland hadden we weinig ervaring met beeldbellen, maar we hebben het best snel opgetuigd allemaal en weten iedereen te vinden. Nieuwe intakes doen we ook gewoon.

Samen optrekken
Alle lijntjes zijn er, zeker ook met de zorgcoördinatoren* en mentoren, alleen loopt dat nu via schermen. Normaal liep je bij elkaar binnen, vroeg je over en weer hoe het ging met een leerling. Nu moet je daarvoor bellen. Bewuster contact houden. Vertellen wie je ziet, hoe het loopt met de behandeling. En als zorgcoördinatoren of mentoren zich zorgen maken over een leerling, moeten zij ons bellen. Dat hebben we ook expliciet zo benoemd, want in het begin ging dat niet automatisch. Ook al komen we elkaar niet meer tegen, we moeten elkaar wel weten te vinden.

Laatst belde een mentor me: ik krijg die en die leerling niet te pakken, zie jij haar nog? Ik kon zeggen: ja, ze had het erover dat je zou bellen, maar ze moest naar haar vader, misschien dat je haar daarom niet bereikt hebt? Dan weet de mentor dat er contact is en is ze gerust. Als je geen contact krijgt, tast je in het duister en weet je niet of je je zorgen moet maken. 

En hoe gaat het met jou?
Thuiswerken vind ik op zich prima. Ik moet wel naar buiten zo nu en dan, frisse lucht halen. En ik probeer elke avond minstens een half uur thuis te sporten. Het is hier bijna een sportschool geworden. Met allemaal attributen: elastieken, kettlebells, gewichten, matjes, een medicijnbal met zand erin... ik heb de Action ongeveer leeg gekocht. En ik heb allemaal filmpjes die ik nadoe. De ene dag high intensity training, de andere dag krachttraining. Mijn huisgenoot en haar vriend sporten ook veel, dus soms doen we een heel circuit in huis, in verschillende kamers. Met een timer, dan rennen we hier door het huis naar het volgende stationnetje. Heel leuk. Zo probeer ik een beetje fit te blijven in deze gekke tijd.

Vakmanschap in tijden van Corona
Deze tijd vraagt erom op een andere manier verbinding te maken. Face-to-face is gemakkelijker praten dan aan de telefoon. Maar het lukt ook dan om diepgang in een gesprek te krijgen. Dat vraagt wel lef. Je moet niet te terughoudend zijn in wat je denkt dat kan of niet kan of dat voor een ander invullen. Want als je het gewoon doet, als je gewoon samen met een kind een lange vragenlijst invult tijdens het videobellen of een intake met meerdere mensen doet, kan dat best goed uitpakken. En als het niet gaat, kan je altijd weer iets anders verzinnen om het voor die ander beter te maken. 

*) De zorgcoördinatoren zijn de spin in het ‘zorgweb’ op school.

Dit is het vijfde verhaal van een reeks verhalen over Corona bij de Bascule en Spirit. Verhalen om de moed erin te houden, ter herkenning, om van te leren, ter inspiratie, om het gevoel van samen te versterken – en ook om een beetje vinger aan de pols te houden van hoe het gaat.

Auteur: Karin Schaafsma

---


Verhaal # 4

Muriale is gedragswetenschapper bij Qpido, het centrum voor seksuele weerbaarheid. Ze houdt zich bezig met kwaliteitswaarborging van methodieken en trainingen. Ook begeleidt Muriale zelf jongeren. Muriale woont samen met haar vriend in Amsterdam en houdt van op vakantie gaan. Jammer dat dat nu even niet kan, maar met Italiaanse wijn in huis voelt het toch een beetje als vakantie. Gelukkig vindt ze haar werk leuk! Qpido geeft lessen op scholen, trainingen aan ouders en professionals en biedt ambulante hulpverlening. In eerste instantie dacht Muriale dat ze door Corona meer tijd zou hebben om dingen op te pakken die al lang op haar lijstje stonden, maar helaas..

Impact
Door de coronacrisis gaan de meeste fysieke afspraken in de ambulante hulpverlening niet door. Ik vind het lastig dat je iemand niet kan geruststellen of tot bedaren kan brengen met een kop thee of koffie en soms een knuffel. Je moet weer een nieuwe ‘eigen hulpverleningsstijl’ ontwikkelen. Ook merk ik dat het laten vallen van stiltes aan de telefoon lastiger is. Je stelt dan al snel vragen “Ben je er nog?” terwijl de ander misschien even nadenkt. Het digitale werken is voor mij en mijn collega’s nog vrij nieuw, daar hangt ook veel vanaf. Ik las dat zelfs therapie zoals EMDR via beeldbellen effectief is bevonden. Dat motiveert mij wel in het gewoon doen en gestructureerd aanpakken van mijn videogesprekken met jongeren.

Wat doe je anders?
We proberen met iedereen die op de wachtlijst staat contact te houden en we starten sneller dan normaal. Zo ben ik net gestart met een ‘Julia-wacht’ begeleiding. Onze eerste ontmoeting was met videobellen en onze laatste zal dat waarschijnlijk ook zijn. Het is een interessant experiment en tot nu toe gaat het heel goed. Als blijkt dat de begeleiding ook online kan, kunnen we erover nadenken om naast de reguliere hulp, de ambulante hulp ook online aan te bieden.

Als gekken
De lessen over sexting en grooming, voor zowel professionals als scholen, willen we ook online aanbieden. De eerste pilots worden gedraaid. De spreekuren gaan in ieder geval gewoon door en bieden we ook digitaal aan. De scholen hebben de leerlingen op de spreekuren gewezen. Ook is de anonieme chat nu elke dag open waardoor we meer jongeren kunnen bedienen.

We zijn als gekken alternatieven aan het bedenken voor de fysieke trainingen. Voor de inhaaltraining van Seksualiteit & Opvoeden hebben we een oplossing bedacht voor de rollenspellen. De deelnemers nemen in tweetallen een rollenspel op via Microsoft Teams, zodat wij, de trainers, daarna tips en tops kunnen geven. Een voorbeeld is een rollenspel, waarin de hulpverlener en jongere het over seksueel misbruik hebben. De hulpverlener vraagt bijvoorbeeld of de jongere wel eens iets heeft meegemaakt op seksueel gebied dat hij of zij (liever) niet wilde. Daarna draaien we de rollen om. De deelnemers van de training krijgen een lijstje waarop ze moeten letten als ze de video terugkijken. Op dat lijstje staat bijvoorbeeld welke woorden je beter wel en niet kan gebruiken en kunnen ze checken of ze de belangrijkste vragen hebben gesteld. Als we zien dat dit goed werkt houden we de videoreflectie er later misschien wel in.

Winst
In ons team zijn groepjes gevormd van drie personen die één of twee keer per week contact hebben. We bespreken bijvoorbeeld hoe het met onszelf en met onze familie gaat. Er zijn met opzet mensen bij elkaar gezet die elkaar normaal niet zoveel spreken. Zo leer je ook eens andere collega’s wat beter kennen, dat is leuk!

Wat ik echt mis zijn de korte momentjes tussendoor om even te sparren over een casus. Normaal loop ik even langs bij een collega om te checken of dat wat ik bedacht heb logisch klinkt. Nu pak ik toch minder snel te telefoon voor een gesprekje van twee minuten. Dan ‘spaar’ ik het op tot een grotere belafspraak. Dat kan onbewust wel wat spanning geven.

En hoe gaat het met jou?
Op goede dagen vind ik het fijn om thuis te werken. Lekker ontspannen, soms iets later opstaan, koffie in de zon en meezingen op de muziek. Op stressvolle dagen ben ik een minder leuke collega voor mijn vriend. Dan moet hij stil zijn en kan ik mijn chagrijnige humeur niet verbergen. Voor de zoveelste keer in de knoop raken met alle oplaadkabels, tikgeluiden met zijn voeten of zijn verbaasde hoofd als ik weer naar de ijskast loop, kan ik dan echt niet aan.

Verder denk ik, wat ik meemaak is relatief. Ja, het is jammer dat ik niet op vakantie kan en mijn verjaardag in quarantaine vier, maar is het echt erg? Nee, mijn situatie valt echt in het niet bij anderen. Ik heb leuk werk dat ik kan blijven doen, geen kinderen aan mijn bureau, mijn vriend is lief, de zon schijnt en er zijn weinig mensen in mijn directe omgeving die veel last hebben van Corona (-maatregelen). Kortom, ik red me wel.

Vakmanschap in tijden van Corona
Een meisje dat ik begeleid woont in een gezinshuis, waar het met zijn allen soms extra pittig is om in quarantaine te zitten. Het was geen ontspannen situatie voor haar. Ik merkte dat ze nu nog meer behoefte heeft aan een maatje dat ze kan vertrouwen en die met haar kan meedenken over alternatieven. De rol van Qpido, als een soort mediator tussen kind en andere volwassenen, wordt hier extra duidelijk.

Uiteindelijk hebben we met iedereen om haar heen kunnen besluiten dat het oké is als zij tijdelijk weer thuis woont. Het is soms lastig in te schatten wat het beste is als je moet kiezen tussen twee opties die beiden niet ideaal zijn. Een meisje van zestien kiest natuurlijk zelf voor de ‘chillste’ plek om de quarantaine uit te zitten. Normaal gesproken is die plek misschien niet zo verstandig, maar nu kan het, rekening houdend met alle factoren, wel even de beste optie zijn.

Dit is het vierde van een reeks verhalen over Corona bij de Bascule en Spirit. Verhalen om de moed erin te houden, ter herkenning, om van te leren, ter inspiratie, om het gevoel van samen te versterken – en ook om een beetje vinger aan de pols te houden van hoe het gaat.

Auteur: Muriale Mingels & Jitka Peeters


Verhaal #3

Kaya Stok was tot afgelopen jaar sociotherapeut bij 020* en is drie jaar projectleider e-health bij de Bascule, om digitale zorg te stimuleren. Daarnaast werkt hij bij Garage2020 waar hij naar innovatieve vormen van digitalisering in de zorg zoekt. Toch heeft hij met digitale technologie een haat-liefde verhouding. Hij is niet geïnteresseerd in de techniek zelf, wel in wat digitalisering en online-behandelingen voor ouders en jongeren kunnen betekenen. Dit is zijn verhaal.

De impact
Als ik denk aan de impact van Corona, denk ik meteen aan mijn telefoon die de eerste maandag van die thuiswerkweek roodgloeiend stond. De afgelopen drie jaar ben als ik als projectleider digitale zorg bezig geweest met online behandelen en beeldbellen. Ik was bezig dat aan te jagen, collega’s daartoe te inspireren en te ondersteunen. Het kwam maar niet van de grond, niet bij ons en ook niet bij andere organisaties in het land. Maar toen dus die roodgloeiende telefoon: kunnen we alsjeblieft beeldbellen en hoe moeten we dat doen?! Er was opeens de noodzaak. En die hielp om de drempel te nemen die technologie opwerpt. De drempel van technologie die je niet goed begrijpt, die je niet beheerst of die niet goed werkt.

Wat doe je anders?
Mijn eigen ervaring was altijd dat beeldbellen niet altijd ideaal werkt. Taakgerichte vergaderingen waar je vooral bespreekpunten afvinkt, lukt goed, maar ook het relationele stuk tussen collega’s onderling is belangrijk. Dat vergeten we vaak bij beeldbellen. Het leuke is dat het onlangs met een klein clubje mensen wél lukte. We konden met elkaar lachen, af en toe een grapje maken, via de chat inhaken op iets wat iemand daarvoor had gezegd. Het lukte om een goede discussie te voeren. Ik denk dat dat komt, omdat we ons er nu extra van bewust zijn dat we door beeldbellen van die gewone dingen missen, zoals even een grapje. Omdat er nu echt even geen face-to-face contact mogelijk is, gaan we daarnaar op zoek. Voorheen had je wel online vergaderingen, maar daarnaast altijd ook face-to-face ontmoetingen waar je kon inhalen wat je online miste.

Boven de zes of zeven mensen zet ik de microfoon altijd op mute. Dan wil ik wat zeggen en denk ik: vind ik het nodig om er wat van te zeggen? Omdat je die microfoon van mute moet halen, wordt iets zeggen veel meer een bewuste handeling. Het helpt mij om niet altijd overal op te reageren. 

Continuïteit van zorg
Ik ben die eerste weken vooral ondersteunend geweest aan mijn collega’s bij de Bascule om de zorg te kunnen laten doorlopen. Beeldbellen was er wel, maar nog niet beschikbaar voor iedereen. Binnen een paar dagen na de Coronamaatregelen hadden we het voor elkaar dat iedereen technisch toegang had tot beeldbellen via ‘jouw omgeving’ – het online platform van de Bascule voor jongeren en gezinnen. Daarna ben ik allerlei collega’s die vastliepen in het gebruik, gaan helpen. 

De winst van samen optrekken
Voor de Coronacrisis gebeurde bij Spirit weinig met e-health en digitale begeleiding. Ik heb collega’s van Spirit laten zien welke modules er bij de Bascule zijn. Ze vonden dat die erg op de GGZ gericht waren. Ze zijn ook voor de GGZ ontwikkeld. Voor de jeugdhulp is iets anders nodig. De zienswijze vanuit de jeugdhulp is dat we ons niet alleen moeten richten op wat iemand mankeert, maar vooral ook op kracht en op hoe iemand zich verder wil ontwikkelen. Deze visie vind ik heel mooi. In de GGZ is die al wel een beetje merkbaar, maar dit kan nu een nieuwe impuls krijgen.

De Coronacrisis maakt dat we in de digitalisering de visie op begeleiden en behandelen van Spirit en de Bascule meer kunnen integreren. Met elkaar doen we op dit moment heel veel ervaring op. De eerste stap was hoe we de behandelingen en trainingen die we hebben, online door kunnen laten gaan. Je ziet dat dit nu nog een 1-op-1 vertaling is: wat we offline deden, doen we nu online. De volgende stap is dat we met elkaar én met jongeren en gezinnen gaan kijken naar nieuwe opties. Omdat digitale training en behandeling asynchroon en op afstand kunnen plaatsvinden, kan je er op creatieve manieren mee omgaan en helemaal afstemmen op de voorkeuren van jongeren en gezinnen zelf. In de toekomst zou je online en offline ook heel goed kunnen combineren.

Online begeleiden en behandelen gaan in mijn ogen vooral over de juiste ondersteuning bieden op het juiste moment, waardoor jongeren en gezinnen veel gemakkelijker de in therapie geleerde vaardigheden kunnen toepassen en zelf ook veel beter een crisis kunnen voorkomen. Bij 020 heb ik bijvoorbeeld gemerkt hoe belangrijk het is dat jongeren ons konden bereiken wanneer zij dat wilden, op een moment dat het echt nodig was. Dan konden we met de jongeren in gesprek: wat maak je mee op dit moment? Wat heb je in je behandeling geleerd zodat je hier nu mee om kan gaan? Dat werkt tien keer beter dan eens in de twee weken op gesprek naar kantoor komen. Dan is zo’n jongere het meeste alweer vergeten.

En hoe gaat het met jou?
Heel goed. Ik ben een paar weken geleden vader geworden en ik kan de hele dag in de buurt van die kleine zijn. Ik woon op anderhalf uur reizen van mijn werk en dat hoeft nu niet, dus ik heb opeens veel extra tijd. Dat is een cadeautje.

Vakmanschap in tijden van Corona
Deze tijd vraagt om datgene wat ik als hulpverlener altijd al heb gedaan: in heel onverwachte situaties het beste maken van de situatie zoals die is. We weten nooit hoe situaties lopen, ze kunnen soms anders zijn dan dat je ooit hebt meegemaakt. Dan gaat het erom de rust te bewaren, overzicht te krijgen en altijd het contact weer op te zoeken. Dat is wat ik nu ook doe.

Dit is het derde van een reeks verhalen over Corona bij de Bascule en Spirit. Verhalen om de moed erin te houden, ter herkenning, om van te leren, ter inspiratie, om het gevoel van samen te versterken – en ook om een beetje vinger aan de pols te houden van hoe het gaat. 

*) 020 is een open en gastvrije afdeling van de Bascule voor jongeren (12 tot 23 jaar) die een behandeling volgen bij de Bascule of een andere jeugd GGZ-instelling. Zij kunnen lid worden van 020 en bij dreigende crisis of ontregeling bellen, mailen of WhatsAppen. Als er meer nodig is, kunnen zij voor een paar uur naar 020 toe komen, maar het is ook mogelijk om er te blijven slapen. Maximale verblijfsduur is 24 uur per keer.

Auteur: Karin Schaafsma 

---

Verhaal #2

Sabine van Kampen is gedragswetenschapper bij ‘Spirit hecht’ en biedt diagnostiek en behandeling als regiebehandelaar vanuit ‘De vliegende brigade’. In deze coronatijden is ze bovendien juf én kapper van haar twee zoons om te zorgen dat het geen wilde dieren worden en voert ze goede relatiegesprekken met haar partner om irritaties over wiens werk belangrijker is, te voorkomen. We gaan het hebben over ‘Spirit hecht’: haar werk met (pleeg)gezinnen waarin hechtingsproblematiek van kinderen centraal staat. Dit is haar verhaal.

De impact
Het eerste woord dat in me opkomt, als je me naar de impact van de Coronacrisis vraagt, is veerkracht. Ik heb diep respect voor alle gezinnen die nu gegijzeld zijn, met kinderen die zich extreem terugtrekken, extreem druk worden of zich extreem niet aan afspraken houden. Het was zelfs zo dat ouders ons de eerste weken gerust probeerden te stellen. Een omgekeerde wereld. Ze lieten weten dat het goed met hen ging. Ze wilden op hun beurt wachten, omdat ze wisten dat er zoveel op ons af kwam. Ik kreeg zelfs hulpverleningsharten toegestuurd. En dan heb ik het over gezinnen die dagelijks worstelen met hoe ze moeten omgaan met hun kind of pleegkind of kind dat in een gezinshuis woont. Dat vond ik krachtig.

Veel van deze gezinnen zijn naderhand wel in crisis geraakt. Er waren jongeren in pleeggezinnen of gezinshuizen die er zelf voor kozen om weg te gaan om bij een van hun ouders te gaan bivakkeren. En er zijn ook jongeren weggestuurd door pleegouders die in een duivels dilemma terecht waren gekomen. Bijvoorbeeld was er een jongen die in en uit een gezinshuis bleef lopen, naar vrienden bleef gaan, met opvoedouders op leeftijd en hartproblemen. Hij vertikte het om in quarantaine te gaan. De enige optie was dat hij terug naar huis ging, waar het onveilig was met een stiefvader die hem had mishandeld. We hebben met elkaar een uitgebreid veiligheidsplan uitgedacht en houden elke dag contact met hem.

En dan te bedenken dat bijna alle kinderen met hechtingsproblematiek zich toch al alleen en op zichzelf teruggeworpen voelen, omdat ze zo vaak zijn afgewezen of nare dingen hebben gezien. Ze zijn continu op zoek naar veiligheid, maar tegelijkertijd kunnen ze de wereld en volwassenen niet vertrouwen. Dat maakt deze situatie nog heftiger voor hen.

Wat doe je anders?
In die eerste weken ging het vooral over contact houden, structureren en steunen, niet over behandelen. Eigenlijk was ik vooral aan het reageren. Ik dacht: ik moet wachten tot de crisis over is, voor ik verder kan gaan met therapie en diagnostiek. Maar ja, dan ga je de tweede week in, de derde week … het wordt niet beter en het gaat ook niet beter in de gezinnen. Dan weet je op een gegeven moment dat je niet alles tot na de crisis kunt opschuiven.

Ik wist niets van online therapie, maar er is een wereld voor mij open gegaan. Het begon met een meisje in een pleeggezin. De pleegouders gaven aan dat het niet meer te doen was bij hen thuis en wilden graag dat ik intensiever contact met haar had. Goed, dacht ik, dan gaan we videobellen. Het meisje is 10, dat houdt ze geen uur vol, dacht ik ook. Maar dat werd anderhalf uur! Het meisje bleek er zelf zoveel behoefte aan te hebben! Het eerste half uur hebben we over school en dagelijkse dingen gepraat, daarna hebben we in de vorm van een rollenspel gezinssituaties uitgepeld. Het werd een heel goede sessie. En beeldbellen bleek voor haar goede, veilige setting. We kennen elkaar al een half jaar, dat helpt.

Ik doe inmiddels ook EMDR behandeling online en dat gaat boven verwachting goed.

Continuïteit van zorg
Sinds de Coronacrisis is uitgebroken, besteden we meer tijd aan de gezinnen. We houden meer contact, pakken meer regie. Het blijft een absurde, abnormale situatie die erom vraagt dat je goed vinger aan de pols houdt, per dag bekijkt hoe het gaat. Sommige gezinnen bungelen echt op het randje van crisis. Dus ja, continuïteit van zorg is prioriteit nummer 1.

Eerst dachten we dat we geen nieuwe cliënten konden aannemen, nu denk ik daar anders over. Ik heb net nieuwe intakes gepland. Niemand weet wanneer dit ophoudt, dus je kunt niet alles ‘on hold’ blijven zetten.

Het rare is: het lukt om contact te houden met kinderen die voor de Coronacrisis soms geen contact wilden, omdat ze face-to-face contact lastig en confronterend vonden. Omdat er afstand is, praat een kind soms gemakkelijker.

En hoe gaat het met jou?
Ik heb het gevoel dat ik continu aan het werk ben. Alleen al omdat mijn werkplek zo in mijn privé-situatie gehaald is. Een goede werkplek thuis organiseren is niet gemakkelijk. Het moet een plek zijn waar niet zomaar iedereen binnenloopt. Je wil ook niet teveel prijsgeven van je eigen leven, al maakt het feit dat jij net als die ander in een thuissituatie zit, het contact op een mooie manier gelijkwaardig en wederkerig.

Na drie weken komt nu de vraag naar boven: hoe zorg ik dat ik zelf goed blijf functioneren?! Ik kom erachter dat ik echt iets voor mezelf moet gaan doen, iets anders dan alleen werk en gezin. Voorlopig val ik nog elke avond, als ik niet werk tenminste, vroeg in slaap. Terwijl ik normaal ‘s avonds écht opleef.

Vakmanschap in tijden van Corona
Deze crisis maakt me nederig. En ontvankelijk. Hoe leg ik dat uit? Ik merk zelf hoe lastig het is om in mijn eigen gezin alle ballen hoog te houden. Het helpt echt dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, ik sta op hetzelfde vlak als de gezinnen met wie ik werk. Ik had een moeder aan de telefoon die het allemaal echt niet meer wist en ik zei tegen haar: ik weet het ook even niet. Is het oké als we het samen even niet weten? En ook dat helpt. Het helpt als je naar elkaar luistert. Gewoon echt luistert, elkaar verstaat zonder oordeel.

Auteur: Karin Schaafsma

---

Verhaal #1

Jermaine Ristie is educatiemedewerker in de Koppeling. Hij sport met de jongeren om hun enthousiasme naar boven te halen, om discipline en sociale vaardigheden aan te spreken, om hen in staat te stellen zich te uiten of te zorgen dat ze met een leeg hoofd therapie kunnen volgen. Dit is zijn verhaal.

De impact
Voor de jongeren is hier binnen de Koppeling eigenlijk niets veranderd. Zij krijgen het verschil tussen een volle en een lege stad niet mee. Ze hebben weinig toegang tot sociale media, omdat ze hier gesloten zitten. De Koppeling is een quarantaine plek op zichzelf. De jongeren weten wel dat er iets speelt in de wereld, maar ze maken het niet van dichtbij mee. Dus ze zijn niet bezig met dat we elkaar hier kunnen besmetten. En in de Koppeling is gelukkig ook nog niemand ziek.

We zijn heel bewust bezig met hygiëne. Overal staan desinfecterende flesjes. Dat we nu ineens anderhalve meter uit elkaar moeten blijven, is raar voor de jongeren, ze houden zich daar ook vaak ook niet aan. Bij de collega’s leeft Corona wel meer, omdat wij ook de situatie buiten meemaken. Afstand houden is grappig. We zien er niet ziek uit, maar we lopen wel met een boogje om elkaar heen.

Wat doe je anders?
We sporten op een andere manier. We boksen niet, een potje voetballen met zijn tienen zit er niet in. We werken nu met groepjes van maximaal vier. Een heel andere dynamiek en veel meer individueel gericht. Je moet dus beter kijken welke jongeren je wel of niet bij elkaar zet.

Krachttraining, fitness, dat werkt goed. Ik zet een paar stations neer op afstand van elkaar, zodat ze op verschillende plekken een oefening kunnen doen. Dan zijn ze wel met elkaar in contact, maar van elkaar verwijderd.

Door die kleine groepjes kan ik persoonlijker zijn, makkelijker het gesprek aangaan. Hoe gaat het met jullie, hoe gaat het op de groep? Dan zien ze dat sport eigenlijk een waardevol moment voor henzelf is, omdat ze even van hun drukke groep af zijn.

Ik kan ook meer positieve aandacht geven, ingaan op wat een jongere goed doet in plaats van dealen met jongeren die steeds negatieve aandacht vragen – want in een grotere groep heb je daar altijd mee te maken. Ik kan ze makkelijker laten ervaren hoe ze op een positieve manier aanwezig kunnen zijn. En ze kunnen beter tot rust komen. Het is veiliger met zijn tweeën of drieën dan wanneer je met acht jongeren bent van wie je de helft niet goed kent.  Dus eigenlijk zijn er veel voordelen.

Continuïteit van zorg
We zijn nog steeds op de werkvloer met zijn allen. De pedagogisch medewerkers draaien de groepen. De behandelcoördinatoren en behandelaren werken voor een deel vanuit huis, die zijn telefonisch bereikbaar. Hier en daar worden wat docenten ingevlogen, school gaat nog gewoon door, andere activiteiten van het dagprogramma ook – hoewel er ook veel geschrapt zijn. Dus voor de jongeren staat de wereld niet stil omdat er Corona is.

En hoe gaat het met jou?
Ik moet eerlijk toegeven dat ik het in het begin wel spannend vond. Hoe gaan we controleren dat we geen zieken krijgen? De jongeren gaan naar buiten op verlof, ook onbegeleid. Ik kan zelf wel goed opletten in de supermarkt en dat ik alleen van en naar huis ga, maar ik weet niet wat die jongeren doen buiten. Mijn ouders zijn al wat ouder, ik wil hen niet in gevaar brengen. Dus ik vroeg me wel af: moet ik dit wel doen?

De afspraken die we hebben gemaakt over hygiëne en verloven zijn nu duidelijker, dat heeft mij meer rust gegeven – hoewel er nog steeds onbegeleid (nacht)verlof is. Ik sta met zo’n jongere in de sportzaal, zonder dat ik weet waar die is geweest. Al probeer ik dat bij de groepsleiding wel zoveel mogelijk te achterhalen, het blijven jongeren, je weet nooit wat ze precies uitspoken…

Vakmanschap in tijden van Corona
Heel rustig hebben we met elkaar gekeken naar de mogelijkheden, eigenlijk stond de basis van onze nieuwe manier van werken er al na een dag. We zijn goed op elkaar ingespeeld, we zijn niet in paniek geraakt, we hebben snel kunnen handelen. Dat vind ik echt heel mooi. We zijn hier gewoon heel stressbestendig. Dat geeft een heleboel rust, een veilig gevoel. Ik denk dat de jongeren daardoor ook geen paniek hebben meegekregen.

Auteur: Karin Schaafsma