Met de informatie uit het kennismakingsgesprek maakt de behandelaar een voorlopig behandelplan. Als nog niet goed duidelijk is wat er precies aan de hand is, is het belangrijk om dat eerst beter te onderzoeken. Dit doen we met een diagnostisch onderzoek. Zo krijgen we meer zicht op de problemen en klachten van uw kind. Soms doen we het diagnostisch onderzoek op een later moment. Dit overleggen we uiteraard met u.

Een diagnostisch onderzoek kan bestaan uit verschillende onderdelen. Afhankelijk van eerder onderzoek, de hulpvraag en de klachten kiezen wij een of meerdere onderzoeken:

     

    Een anamnese is een gesprek met u en uw kind over de klachten, de voorgeschiedenis, de omstandigheden en de ontwikkeling van uw kind.


    Ingevulde vragenlijsten helpen om de problemen die er spelen zo goed mogelijk in kaart te brengen.


    Met psychiatrisch onderzoek krijgen we een goed beeld van de aard en ernst van de klachten. We brengen de sterke en zwakke kanten van uw kind in beeld. Dit doen we door met uw kind te praten. Bij jongere kinderen laten we hem of haar ook spelletjes en opdrachten doen. Een psychiatrisch onderzoek kan uit meerdere afspraken bestaan.


    Bij psychologisch onderzoek gebruiken we tests of vragenlijsten. Een psychologisch onderzoek kan bestaan uit:

    • Intelligentie onderzoek
      Met behulp van verschillende opdrachten onderzoeken we op welk niveau het kind functioneert. We kunnen testen op algemene ontwikkeling, woordenschat en ruimtelijk inzicht. Aan de hand van de score kan het IQ bepaald worden.
    • Persoonlijkheidsonderzoek
      Voor het persoonlijkheidsonderzoek gebruiken we, afhankelijk van de leeftijd van het kind, vragenlijsten en testen. De resultaten geven inzicht in de persoonlijkheid van het kind. Hoe gaat het kind met anderen om? Wat vindt het kind van zichzelf en van zijn gezin? Wat zijn sterke en minder sterke kanten in de omgang met anderen en met zichzelf?
    • Ortho-didactisch onderzoek
      Met ortho-didactisch onderzoek onderzoeken we het leren van het kind, het lezen, de spelling, de taalontwikkeling en het rekenen. Het kind wordt bijvoorbeeld getest op het benoemen van letters, het leestempo en begrijpend lezen. Ook kijken we naar hoe het kind leert en de werkhouding.

    Bij een neuropsychologisch onderzoek brengen we in kaart hoe het kind informatie verwerkt. We kijken bijvoorbeeld naar zijn of haar concentratie, geheugen en aandacht. We brengen de sterke en zwakke kanten van het kind in kaart.


    Bij een schoolobservatie bekijkt een behandelaar in de klas hoe het kind op school functioneert. Kan hij of zij zich bijvoorbeeld goed concentreren? Hoe is het werktempo en hoe reageert het kind op anderen? Een schoolobservatie kan aanvullende informatie opleveren.

     

    Een lichamelijk onderzoek wordt gedaan door een kinder- en jeugdpsychiater, een arts-assistent of een arts in opleiding tot specialist (aios). Hij of zij vraagt u als ouder naar de lichamelijke klachten van uw kind. Mogelijk wordt uw kind ook gemeten en gewogen. Als het nodig is wordt uw kind lichamelijk helemaal nagekeken.